up

De levensloop, levenslang en levensbreed

De Nederlandse samenleving ziet er - ook letterlijk - anders uit dan een twintig jaar geleden. Er zijn meer ouderen, meer migranten, meer mensen die in de stad wonen en meer alleenstaanden. Mede door de goede gezondheidszorg en hogere levensstandaard blijven steeds meer mensen met chronische ziekten of lichamelijke beperkingen leven. Deze trends roepen voor de samenleving nieuwe vraagstukken op.

  • Toenemende diversiteit

    De gemiddelde, bemiddelde, assertieve, gezonde, goed opgeleide en blanke burger vormt nog te vaak het uitgangspunt in het denken. Beleidskaders en –regels gaan veelal uit van traditionele gezinssituaties, terwijl de diversiteit aan samenlevingsvormen, familierelaties en sekseverhoudingen toeneemt. Bestuurders, beleidsmakers en professionals vinden deze diversiteit vaak lastig: op het moment dat de levensloop van mensen van het gemiddelde afwijkt, spreken zij over ‘bijzondere aandoeningen’, ‘problemen’ of ‘aandachtspunten’. Dit kan leiden tot stigmatisering van grote groepen burgers. Zo kampt een flink deel van de bevolking in Nederland met psychische problemen, maar komt de maatschappelijke acceptatie daarvan moeizaam van de grond.

    Ook in het domein van volksgezondheid en samenleving zijn ‘gezonde’ mensen die veel zelf kunnen doen de norm. Dat sluit niet aan bij een steeds grotere groep mensen die bijvoorbeeld levenslang afhankelijk is van welzijn en zorg. Tussen deze mensen onderling zijn grote verschillen, op verschillende momenten van hun leven. In de praktijk en in het beleid is daar nog weinig oog voor. 

  • Een mensenleven past niet hokjes

    Elk mensenleven kent vragen die niet in hokjes, kokers of categorieën passen. Enerzijds gaat het om levenslange vragen: deze zijn permanent aan de orde, of keren tijdens de levensloop telkens terug. Denk aan keuzes die iemand als gevolg van (terugkerende) problemen met zijn gezondheid moet maken, of aan keuzes over opvoeding, werk, opleiding en geld. Beslissingen op deze gebieden kunnen grote gevolgen hebben voor de levensloop van mensen, omdat zij hun hele leven ‘doorwerken’ (denk aan een studiefonds, hypotheek of pensioen). Anderzijds zijn er levensbrede vragen: deze doen zich tegelijkertijd voor, op meerdere fronten van het leven. Denk aan afwegingen die mensen in een korte tijdsspanne op het gebied van zorg, welzijn, wonen en werken maken. Jonge mensen hebben veel tegelijkertijd op hun bordje: kopen bijvoorbeeld in het spitsuur van hun leven een huis, krijgen kinderen, moeten arbeid- en zorgtaken combineren en willen carrière maken.

    De levensloop van mensen wordt concreet en tastbaar in de keuzes die zij maken: levenslang en levensbreed. Op deze manier drukken burgers uit wie zij zijn, of wie zij willen zijn. De context is daarbij van grote invloed, zoals opleidingsniveau, gezondheid en gezondheidsvaardigheden, leefomgeving, sociaaleconomische status, de beschikbaarheid van een sociaal netwerk en de gemeenschappen waar iemand deel van uitmaakt. De verschillen in context leiden tot grote verschillen tussen mensen. Deze ongelijkheden beïnvloeden de beslissingen die mensen gedurende hun leven maken.

  • ‘Het goede leven’ voor iedereen anders

    Deze keuzes roepen steeds weer de vraag naar ‘het goede leven’ op. Of het tijdens een gesprek in de spreekkamer is, aan de keukentafel of op kantoor bij een schuldhulpverlener, het gaat immers om keuzes die te maken hebben met hoe mensen in het leven willen en kunnen staan. Het antwoord op die vraag is voor iedereen anders, in de praktijk wordt daar nog te weinig rekening mee gehouden. Gesprekken over ‘het goede leven’ worden vaak gehinderd door gevoeligheden, heilige huisjes en taboes. Van bestuurders, beleidsmakers en professionals vraagt dit om een andere houding en benadering: een open gesprek over opvattingen over het goede leven, meer inzicht in en begrip voor beslissingen die mensen nemen.