up

Veranderende verzorgingsstaat

De verzorgingsstaat zoals deze na de oorlog is opgebouwd, is in verandering. Een herbezinning was, is en blijft nodig om de collectieve uitgaven te beheersen en de solidariteit te behouden. Zowel de decentralisatie als de herinrichting van sociale voorzieningen leiden tot vragen over de zogeheten kerntaken van de overheid. Het is een zoektocht welke taken en verantwoordelijkheden bij private partijen – organisaties en burgers – belegd (zouden moeten) zijn, en welke bij de centrale overheid en decentrale overheden. Ook de verhouding tussen verzorgingsstaat en rechtsstaat is hierbij van belang.

  • Verantwoordelijk-heden verschuiven

    Zo liggen er vragen rond de uitvoering van diverse wetten en regels. Met de uitbouw van de verzorgingsstaat zijn in Nederland belangrijke sociale grondrechten wettelijk verankerd. Voor de overheid betekende dit dat zij het stelsel van sociale voorzieningen én de aanspraken daarop moest inrichten en ordenen. De uitvoering van deze publieke taken bleef in handen van private organisaties. Alle partijen constateren dat deze scheiding van taken en verantwoordelijkheden tussen overheden en private organisaties in de loop der jaren steeds vager is geworden. Tal van voorbeelden laten zien dat de overheid zich in detail met de uitvoering van wet- en regelgeving bemoeit en doordringt tot in de haarvaten van de dagelijkse praktijk. Zij begeeft zich hiermee op de werkvloer van professionals en betreedt de huiskamers van burgers. Voor professionals in het veld van volksgezondheid, wonen, welzijn en werken is dit voelbaar, voor burgers aan de keukentafel eveneens.

  • Soms wringt het

    De overheid zelf worstelt met haar ambitie om ‘minder te doen’. Zij trekt zich niet alleen terug, maar treedt soms ook naar voren. Incidenten of spanningen leiden vaak tot de reflex om juist méér te doen, of om strenger controle of toezicht uit te oefenen. Tegelijkertijd legt de overheid risico’s en verantwoordelijkheden vaker neer bij private partijen en burgers. Sommigen vragen eigen ruimte en meer maatwerk, maar anderen zijn of voelen zich kwetsbaar en zijn minder bij machte om die eigen verantwoordelijkheden te dragen. Dit alles wringt met overheidsregelingen die per definitie op uniformeren en standaardiseren zijn gericht. In hoeverre moeten mensen die onvoldoende in staat zijn om de geboden ruimte te ‘pakken’, geholpen worden? En hoe en door wie?

  • Het biedt ook kansen

    Aan verschuivende verhoudingen zitten meerdere kanten. Voor burgers, patiënten, professionals, publieke en private organisaties liggen er kansen. Het veld van volksgezondheid en samenleving kan, mede in het licht van personalisering, meer naar eigen inzicht worden ingericht, rekening houdend met de waarden van burgers, professionals en organisaties. Nieuwe maatschappelijke initiatieven kunnen worden ontplooid, zoals zorgcoöperaties, broodfondsen en sociale firma’s. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is ‘in’ en burgerinitiatieven slagen er regelmatig in voldoende steun te verwerven.

    Daar tegenover staan de twijfels en soms ook spanningen die als gevolg van deze veranderingen ontstaan. De verschillen en ongelijkheden die kunnen ontstaan tussen burgers in verschillende gemeentes roepen vragen op en leiden soms ook tot conflicten. De nog wat onwennige verhoudingen komen dan snel scherp te staan.

  • Vraagstukken

    De herinrichting van de verzorgingsstaat heeft op lokaal, regionaal, landelijk én internationaal niveau gevolgen. De decentralisatie brengt bijvoorbeeld verschillen tussen gemeenten met zich mee, maar ook tussen regio’s. Overheden, organisaties, professionals en burgers in de krimpregio’s staan voor andere vraagstukken dan die in de Randstad, terwijl daar bij het vinden van oplossingen vaak nog onvoldoende rekening mee wordt gehouden.
    Op het internationale vlak rijzen er vragen over de komst van migranten met verschillende verblijfstitels. Het is niet altijd duidelijk wie er aanspraak kan maken op de voorzieningen van de Nederlandse verzorgingsstaat, en op welke gronden.