up

Verantwoord sturen

In de afgelopen decennia hebben juridische en economische sturingsmodellen het beleid sterk bepaald. Het beheersen van de collectieve uitgaven is bijvoorbeeld al enige decennia een dominante sturende factor om solidaire stelsels in het domein van zorg, onderwijs, en arbeid te behouden. Daarnaast is een voorliefde ontstaan voor het sturen op relatief eenvoudig meetbare resultaten met bijbehorende indicatoren. Dit heeft geleid tot een veelheid aan protocollen, indicatoren en regels. De eenzijdige nadruk op rechtmatigheid en resultaten heeft daarnaast geleid tot een forse uitbreiding van controle- en verantwoordingsmechanismen die weinig zeggen over effecten die moeilijker meetbaar zijn. Transparantie op groepsniveau gaat knellen.

  • Kansen blijven onbenut

    Deze vormen van sturing blijken in veel gevallen ontoereikend, of hebben perverse effecten. Door de nadruk op aspecten die eenvoudig te meten lijken, is het aantal controle- en verantwoordings-mechanismen toegenomen. Deze dragen er echter lang niet altijd toe bij dat er méér zicht op de kosten en opbrengsten ontstaat, noch op manieren om producten en diensten te verbeteren. Bovendien is er geen stimulans om nieuwe onderwerpen aan te pakken - voor preventie en innovatie is bijvoorbeeld weinig oog. Al met al blijven hierdoor diverse kansen om gezondheidswinst, welzijn en welbevinden te realiseren, onbenut.

  • Andere sturingsmodellen

    Beleidsmakers en bestuurders zoeken naar manieren om andere sturingsmodellen te ontwikkelen. ‘Kwaliteit van zorg’ veronderstelt dat we datgene doen dat toegevoegde waarde heeft voor patiënten en cliënten. En kwaliteit van zorg gaat altijd ook over de rol die professionals vervullen, de ruimte en omstandigheden die zij krijgen/nemen om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Het begrip kwaliteit is kortom niet eenduidig - er bestaan veel verschillende opvattingen over. Vanuit welke opvatting wordt op kwaliteit gestuurd?

    Ook theorieën en inzichten uit de gedrags- en geesteswetenschappen kunnen juridische en economische sturingsconcepten aanvullen. Denk aan nudging, waarbij beleidsmakers op het voorspelbare gedrag van burgers anticiperen, of aan de capability approach, waarbij beleidsmakers het vermogen van burgers om naar eigen waarden en inzicht te kunnen handelen als uitgangspunt nemen. Anders dan in het economische model, waarin de rationele keuzetheorie de basis vormt, ligt de nadruk hier op de psychologie van het kiezen.

  • Over de schutting kijken

    Beleidsmaatregelen zijn nu nog vaak op één bepaalde sector gericht, zoals zorg, welzijn, wonen en werken. Het kan leerzaam zijn om over de schutting van het eigen domein heen te kijken, en bij het nemen van maatregelen verschillende actoren (zoals bedrijven, scholen, woningcorporaties en sportclubs) te betrekken. Op het vlak van preventie zou bijvoorbeeld juist buiten de zorg nog de nodige winst te behalen zijn - denk aan initiatieven op het gebied van wonen, werken, milieu, infrastructuur, sport en onderwijs. In het verleden is veel gezondheidswinst geboekt door de aanleg van riolering en goede drinkwatervoorzieningen. Is er in de 21e eeuw een dergelijke innovatie te bedenken die buiten het domein van de volksgezondheid zelf ligt, maar wel een vergelijkbaar positief effect op de volksgezondheid kan hebben?